3x = scheepsrecht
Dat mag je toch vrij uniek noemen: drie keer een trouwfeest met dezelfde vrouw. Om het nog fraaier te maken: ook nog eens zonder te scheiden! Ik had het bijna voor elkaar gekregen. Helaas, bijna.
Wat wil het geval? We gaan terug naar 2001. We verwachten ons eerste kind, maar zijn nog niet in de echt verbonden. De notaris raadt ons aan om dat wel te doen in verband met ons testament en dergelijke. “Dan is alles in één klap geregeld”, aldus de beste man. Maar mijn vrouw zag een groot feest in hoogzwangere toestand niet echt zitten, dus werd het officiële jawoord gevolgd door een intiem, besloten feestje dat overigens gierend uit de klauwen liep. Details bespaar ik u. Dat was bruiloft nummer één.
Zaal tegen de vlakte
Bruiloft nummer twee volgt enkele maanden na de bevalling. Wij zijn niet zo van de maandenlange voorbereidingen; enkele weken voor de geplande datum is alleen de achterzaal van ‘Het Wapen van Markelo’ nog vrij. Op naar Markelo dus. Mooi feestje, goede bluesband, veel bier. Niets mis mee. Een week later is er van die zaal letterlijk niets meer over. Tegen de vlakte. Weg. ‘Goors feest maakt einde aan eeuwenoud Markeloos etablissement’, koppen de kranten. Geintje!
Het is inmiddels 2026. Een brief in de bus van de gemeente, gericht aan alle stellen die in 2001 zijn getrouwd. Ons huwelijk blijkt precies even lang te bestaan als de gemeente waarin we wonen. Hof van Twente zag in 2001 het levenslicht, 25 jaar geleden dus. En het behaagt mevrouw de burgemeester alle stellen die in 2001 trouwden opnieuw de trouwgelofte te laten afleggen.
Friese paarden en trompetten
Ik was er helemaal klaar voor. Mooi wit pak, moeders in een spetterende trouwjurk. De koets was al besteld. En dan niet met twee lullige pony’s ervoor; nee, een span van tien Friese trekpaarden zou met ons gezin door hartje Goor denderen. Bij aankomst bij het gemeentehuis zouden twintig gekostumeerde trompettisten klaarstaan om ‘Il Silenzio’ te toeteren. En daarna de burgemeester ‘an de pinne stekk’n’. Mooi man!
En toen was het de beurt aan mijn vrouw, toch vrij belangrijk in dit verhaal. “Ie bun’t toch wal helemoal lekker?”, klonk het in nuchter Hoeves dialect. En weer verdween een goed idee in de prullenbak. Tot zover bruiloft nummer drie.